Over mij

Mijn foto
Ik wil mijn werk graag goed doen. Kwaliteit van zorg toetsen aan het naleven van regels heeft misschien voordelen omdat je dan iets hebt om te 'meten'. Maar in mijn dagelijks werk loop ik in toenemende mate aan tegen het gevaar ervan: dat aan het eind van de rit het enige dat werkelijk telt de belangen van de zorgverlener zelf zijn. En wat is dan nog 'goed doen'? Vragen hierbij en ideeēn hierover genoeg - lees maar.

zaterdag 27 augustus 2011

Schouderdystocie 2 - het obstakel.

Ik ging alweer veel te snel naar de volgende vraag in m'n eerste 'schouderdystocie'-post (van 8 augustus). 
En vergat doodleuk vraag één: 'is het waar?'


Is het waar, dat sacraalwaarts bewegen, of aanvullende obstetrische handgrepen 'nodig zijn'?


Nou weet ik ook wel dat er op die vraag in z'n algemeenheid geen antwoord kan worden gegeven, dat hangt van te veel dingen af. En beweren dat schouderdystocie niet bestaat gaat me te ver.
Maar het stoort me dat er zoveel 'magie' zit rondom schouderdystocie en dat die richtlijn, die op het eerste gezicht nogal gedegen in elkaar lijkt te zitten, bij nader inzien bijzonder weinig licht laat schijnen over de complexiteit van het fenomeen. Dus daar wil ik wat vraagtekens bij zetten.
Want ondertussen komen er wél nieuwe richtlijnen bij, zoals die met betrekking tot 'overgewicht', waarbij vrouwen worden gediscrimineerd, omdat ze bijvoorbeeld een verhoogde kans op een schouderdystocie zouden hebben - terwijl er totaal geen helderheid bestaat over hoe dat komt.
En het schokt me, dat ik door zulke richtlijnen hoor dat zorgverleners echt báng zijn voor het optreden van een schouderdystocie. Zó bang zelfs, dat ze toch gaan proberen beleid te maken op het mogelijk voorkómen of behandelen ervan, ookal weten ze dat dit 'evidence based' geen zin heeft. 


Dus terug naar die definitie.
Ik had het er over, dat er direct bij de 'definiërende' zin in de richtlijn een probleem ontstond - 'de geboorte van het hoofd' en 'het naar sacraalwaarts bewegen' wordt in één adem genoemd. Zo vanzelfsprekend als het is dat het hoofdje geboren wordt, zo vanzelfsprekend is het óók dat de schouder sacraalwaarts wordt bewogen. Alsof dat 'nodig is'.
En dat is bedrieglijk - want dát is 'níet waar'. Dat durf ik, na een flink aantal jaren baringen te hebben bijgewoond waarbij ik op geen enkele manier meehielp bij de geboorte van de schouders, zonder meer te stellen.
Toch lijken we nogal zeker van onze zaak!



En niet alleen deskundigen trouwens - dit is iets dat bijna iedereen wel denkt.
Denk weer even aan het oude voorbeeld.
Er zijn vrouwen die zó snel bevallen dat de baby al geboren is voordat er een zorgverlener bij is. Niks 'sacraalwaarts bewegen', laat staan 'additionele obstetrische handelingen'.
Wát wordt er dan in 9 van de 10 keer tegen de partner gezegd, als het verhaal de ronde doet? 'Zo, dus jíj moest 'het doen'....'
Wát moest die partner precies 'doen'? Nou, eh, je weet wel, iets met de baby, dat die geboren wordt! 
Dat is 'het' sacraalwaarts bewegen (en de rest, 'lege artis ontwikkelen' dus). (En dat hebben ze natuurlijk helemáál niet hoeven doen, want die baby's floepten er gewoon heel snel uit).
(Laatst nog in het nieuws; 12 year old 'delivers' baby - wat een flauwekul!)



Om 'obstetrische handelingen' te kunnen uitvoeren zijn er drie spelers (assistenten, op wat voor manier ook, niet meegerekend) nodig - 
1. de moeder 2. het kind 3. de verloskundige/arts.

Kunnen de eerste twee het niet alleen af? 
Jawel, is in het algemeen het antwoord, maar moeder natuur springt nogal slordig om met moeders en kinderen - zonder die derde medespeler gaan er meer moeders, maar vooral ook veel meer baby's, dood. 
Zoals dus bij een schouderdystocie.
Want, als het hoofdje geboren is, wordt vrij algemeen aangenomen dat de placenta veel minder functioneert, doordat de baarmoeder al kleiner wordt. Waardoor de baby het benauwd krijgt. En dus red je mogelijk een leven als je ervoor zorgt dat er niet langer dan vijf minuten zit tussen de geboorte van het hoofdje van de baby en de geboorte van het lijfje. Desnoods kwaadschiks.


Er zijn vele gevallen bekend waaruit blijkt dat die limiet van vijf minuten niet waar is, of althans, niet altijd. Dit staat ook vermeld in de richtlijn schouderdystocie; we nemen het aan, maar we weten het niet zeker. Je moet érgens vanuit gaan.


In Nederland doen veel verloskundigen hun best wat tijd te rekken, door ervoor te zorgen dat het hoofdje 'aan het begin van een wee' geboren wordt, zodat er nog tijd is om de rest van het lijfje in dezelfde wee naar buiten te persen. In zulke gevallen zal 'ontwikkelen' uit niet veel meer bestaan dan 'een beetje meehelpen'.
Maar o wee, als de wee 'op' is - de vrouw stopt met persen en daar zit dat hoofd...
Dan hangt het er maar net vanaf waar je bent als vrouw, en wat je voorgeschiedenis is. Heb je een hoge BMI, of heb je al eens eerder een groot kind gebaard? Pas dan maar op.
Maar woon je in Groot-Brittanië? Niet veel aan de hand voorlopig, daar wordt gewoon gewacht tot de volgende wee komt - en met die wee de schouders. En dat duurt vrijwel nooit langer dan 5 minuten. Maar ja - dat kun je niet zeker weten!
En bovendien: - stel nou, dat het soms tóch waar is, dat een baby in nood komt, of misschien al in nood wás, en je staat er als derde speler bij en je kijkt ernaar en daar komt me toch een dweil van een baby tevoorschijn....terwijl, het hoofd was er al, je had iets om vast te pakken, en zo'n baby valt best tevoorschijn te trekken ook als de moeder niet meewerkt... Geen geringe verantwoordelijkheid, wat de beste keus is!

Maar. Wat doe ik nou met die definitie? Ik stel voor dit moment een andere voor, voor eigen gebruik.
'Er is sprake van schouderdystocie wanneer, na de geboorte van het hoofd, naar het inzicht van de aanwezige zorgverlener te veel tijd voorbij gaat voordat het lijfje geboren wordt, waarbij hij (of zij) overgaat tot additionele obstetrische handelingen.'


De reden dat een zorgverlener overgaat tot 'obstetrische handelingen' ligt in het tijdverlies, niet in de noodzaak van die handelingen. We zijn bang dat het, zonder ingrijpen, te lang duurt, waardoor het 'te laat' is en de baby sterft. 


Hier wordt het echt spannend. Want stel nou eens dat onze waarneming van 'de geboorte van de schouders' enorm gekleurd is door historische denkbeelden? Zodat het analyseren van iets extreems als 'schouderdystocie' lijkt op het repareren van een radio, zonder iets van techniek te weten? 
Ik gaf er een enorme klap op, en toen deed ie het weer!


Want Hoe bevalt 90% van de vrouwen in Nederland?
In de meest ongunstige houding die er maar is - op hun rug.
Een houding waarin een vrouw totaal afhankelijk is van de omstanders. 
Waarin ze vaak minder goed haar persdrang voelt.
Waarin ze heel weinig controle heeft over haar eigen lijf, maar ook over de omstanders.
Waarin ze, zéker als het hoofd er al is, zichzelf nauwelijks zelfstandig kan bewegen.
Laat staan dat ze een actieve rol kan spelen in het baren van haar kind.
Ze kan alleen nog commando's krijgen: persen, nog meer persen! Ze kan haar benen maximaal uit elkaar trekken - en dat was het wel.
Waarin de 'bocht' die een baby moet maken, onder de symfyse door (jawel, precies de plek waar de schouders achter blijven 'hangen'), geheel tegen de zwaartekracht in moet.


En zo wordt de geboorte van een kind, als de schouders iets langer op zich laten wachten, een strijd.
Een strijd van de zorgverlener, om een levende baby, met als obstakel:
de barende vrouw.


Wordt vervolgd!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen