Over mij

Mijn foto
Ik wil mijn werk graag goed doen. Kwaliteit van zorg toetsen aan het naleven van regels heeft misschien voordelen omdat je dan iets hebt om te 'meten'. Maar in mijn dagelijks werk loop ik in toenemende mate aan tegen het gevaar ervan: dat aan het eind van de rit het enige dat werkelijk telt de belangen van de zorgverlener zelf zijn. En wat is dan nog 'goed doen'? Vragen hierbij en ideeēn hierover genoeg - lees maar.

zondag 22 mei 2011

Leven is kiezen

Langzaam lezen vandaag aanbevolen.
"Laat anderen erover klagen dat dit een boze tijd is; ik klaag erover dat ze miserabel is; want ze is zonder hartstocht."
(Sören Kierkegaard)

Leven is kiezen - dat zegt mijn moeder.
Gisteren kreeg ik een boek binnen, besteld via boekwinkeltjes.nl.
Er zijn er nog vele van in omloop - en dat is een hint!
Het boek heet 'The Family of Woman' en is uit 1979. De foto's verderop komen er uit. Huiveringwekkend eerlijke foto's staan er in.
"Barst een knop, pijn welt op.
Alle groei brengt weeën mee."
(bijschrift in 'The Family of Woman')
Als ik stilval met m'n breiwerk - dan komt op: wat een domme waan om te denken dat
de perinatale sterfte tot bijna nul te reduceren valt
en bovenal - dat onze wereld dan een betere wereld is geworden.

Een kind dat doodgaat en de gruwel daarvan - ja, dat lijkt heel logisch dat we 'met elkaar' zeggen: dat moeten we voorkómen. Ik weet maar weinig dingen die pijnlijker waren om te zien dan een moeder die aan het zorgen was voor haar dode baby; dekentje rechtleggen, kleertjes beter aandoen, haartjes weer goed...

Maar als het zwaartepunt ligt bij het streven naar 'alle babies in leven' - wat doen we dan? Waar stoppen we onze tijd in? 
Hebben we, in onze drukte om de dood buiten de deur te houden, dan nog genoeg aandacht voor 'leven'?
'Helpt het?' Maken we dan van de wereld een betere plek, waar allemaal gezonde mensen wonen, met perspectief op een 'productief en gelukkig leven', zoals ik laatst las in een hele griezelige column van Piet Borst (NRC 7-5-11)?


Ik krijg een jas van groene zij.
De naaister vroeg: ben je niet blij?
Ik zei: jawel, maar ik wil hem open.
Ik wil wel de jas, maar niet de knopen.
De naaister zei: mijn lieve kind
luister eens wat je hiervan vindt.
Er was eens een arme vrouw
die niet wist wat ze hebben wou.
Een kindje wel - een wiegje niet.
Een hete traan - zonder verdriet.
Een mooie droom - maar nooit in bed.
Een echte zeeman - zonder pet.
Een warme plek - maar o, geen vuur.
Een huisje wel - maar zonder muur.
Toen had ze niks. Toen werd ze oud.
Toen heeft ze zelf een vlot gebouwd.
Nu dobbert ze al op de zee
en zingt: ho-la-di-jo-di-lee
(Uit: 'Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is' - gedicht van Ienne Biemans)
Ik wil de dood niet buiten de deur willen houden 
want ik kán de dood niet buiten de deur houden

Dat betekent niet: alle ziekte en ellende maar passief en lijdzaam aanvaarden -
maar wél dat ik met passie durf te zeggen: 
'leven' - dat is heel wat anders dan 'niet dood zijn'.

Het is óf/óf. Je kunt het niet op een akkoordje gooien met het leven.






 Voor de honderd en éénde keer
hoor ik het verhaal van haar zonen
zware jongens bij de bevalling
dertien en twaalf pond
en ze had zo graag een meisje gehad
maar ja die éne keer
die doodgeboren helft van een tweeling
dat was een meisje zei de dokter
en weer slikte ze haar tranen weg
hoe lang kan een mens huilen om dat verdriet
ze is van 1890 lees ik in de status

(Yvonne Kolk, Mijn eigen huis, Ambo 1982)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen