Over mij

Mijn foto
Ik wil mijn werk graag goed doen. Kwaliteit van zorg toetsen aan het naleven van regels heeft misschien voordelen omdat je dan iets hebt om te 'meten'. Maar in mijn dagelijks werk loop ik in toenemende mate aan tegen het gevaar ervan: dat aan het eind van de rit het enige dat werkelijk telt de belangen van de zorgverlener zelf zijn. En wat is dan nog 'goed doen'? Vragen hierbij en ideeēn hierover genoeg - lees maar.

zondag 13 februari 2011

wat moet, vervolg

Een gynaecoloog zegt: 'morgen gaan we je inleiden'. De zwangere belt haar familie op en zegt: 'morgen moet ik worden ingeleid'. Over dat soort 'moeten' ging mijn vorige stukje.
'Moeten' en 'mogen' dus, in een setting waar het over 'adviseren' en 'willen' zou behoren te gaan. Althans, als je je als zorgverlener aan de wet wilt houden, de WGBO, want die is daar heel duidelijk over: een cliënt moet zo objectief mogelijk worden ingelicht over de voorgestelde behandeling, inclusief de voor- en nadelen en eventuele alternatieven, en vervolgens de ruimte krijgen hier zelf een beslissing in te nemen. Jawel. 


Nou gaat 'moeten' natuurlijk over meer dan over wettelijke plicht of niet - 'moeten' gaat ook over wie de baas is, of over na te komen afspraken.


Kinderen 'moeten' dingen van hun ouders, hun kamer opruimen, of hun huiswerk maken. Dat heeft meestal opvoedkundige bedoelingen.


Volwassenen kunnen ook zeggen: ik 'moet' naar mijn werk. Dat moet natuurlijk helemaal niet, maar het kan zijn dat je je baan kwijtraakt als je niet gaat. 
Bij deze vorm van 'moeten' kun je dit woord net zo goed vervangen door 'willen'. Je hebt een keus gemaakt en daar horen gevolgen bij.
Best een bijzondere manier van formuleren, dat we dan gewend zijn het woord 'moeten' te gebruiken. 
'Ik moet nu echt weg' (want ik wil graag op tijd komen en anders kom ik te laat), ook zoiets met 'moeten'. 
Het is het verwoorden van een gevoel van 'plicht', van verantwoordelijkheid (en dus van dat je je aan de afspraken wilt houden) en van 'noodzaak'. 
Volgens mij is dit heel geregeld voor mensen zelf, en tussen mensen onderling, best een troebel gedoe, het door elkaar gehaspel van 'moeten' en 'willen'. En lang niet altijd per ongeluk.


Meestal, als je terloops iets als: 'echt?' zegt tegen iemand die 'moet' worden ingeleid, krijg je wel reactie terug als: 'nou ja, het 'moet' niet, maar ik weet het anders ook niet'. Of: 'het is het beste voor de baby', iets waaruit in elk geval blijkt dat diegene wel weet dat het niet 'wettelijk' verplicht is - maar zich wél wil conformeren.


Ben je een goede burger in onze maatschappij, dan kon dat wel eens inhouden dat je geacht wordt naar de zorgverlener te luisteren - die zal het wel het beste weten. Een cliënt die willens en wetens tegen doktersadvies in gaat, hoeft doorgaans op niet veel begrip van haar omgeving te rekenen!
En laten we wel wezen, je gaat niet voor niks naar een arts, daar ga je heen om raad. Het lijkt op zich logisch om, als je dan raad krijgt, die op te volgen. Anders had je niet hoeven gaan.


Maar volgens mij gaat deze redenering voorbij aan hoe complex een zorgproces kan zijn. 
Des te meer, nu onze zorg in toenemende mate werkt met 'standaarden'. Deze standaarden zijn als leidraad bedoeld voor werken volgens de meest recente inzichten - maar worden als je niet oplet gebruikt als leidraad voor het in te zetten zorgproces. 
Een 'standaard' als basis voor werken volgens 'best evidence', en wat de leidraad moet zijn voor het zorgproces - dat zijn verschillende dingen! 
Een voorbeeld.
De 'hypitat' studie concludeert dat, bij een zwangerschapshypertensie, inleiden bij 37 weken kosteneffectiever is en leidt tot minder complicaties bij de moeder dan afwachten. Nou zit er iemand tegenover je met een hypertensie. In haar vorige zwangerschap is ze zonder problemen 40 weken geworden. En beviel spontaan van een 'gezond' kind. Dan zou het kunnen zijn dat afwachten, net als de vorige keer, in haar geval is waar ze de voorkeur aan geeft boven het inleid-protocol. Ik durf wel te beweren dat aan deze optie momenteel massaal voorbij wordt gegaan. Of dat ze onder druk wordt gezet, bijvoorbeeld met de mededeling dat het 'niet voorspeld kan worden' of er complicaties zullen ontstaan. Terwijl haar absolute risico op complicaties zeer klein is.  (Over protocollen heb ik al eens wat over geschreven in 'de protocollen en het strakke t-shirt' .)


En daarmee is een probleem dat in de jaren '60 al aan de orde kwam nog net zo actueel als toen: de machtsverhouding tussen zorgverlener en cliënt, waarbij het 'moeten' totaal voorbij kan gaan aan het 'willen', als de zorgverlener zich niet aan de WGBO houdt. 
En daar kan een mens behoorlijk mee in de problemen komen. Want vroedvrouwen zijn geen ouders over hun cliënten - en cliënten zijn al helemaal geen kinderen - integendeel, dat zijn de ouders-to-be! En toch menen veel vroedvrouwen vaak wel degelijk te weten wat 'het beste' is voor hun cliënten, en zijn er bovendien niet vies van om wat druk te gebruiken om dat 'beste' doorgang te laten vinden.
(Ook het huidige politieke klimaat is hier niet vies van trouwens..)


Ingewikkelde business!
Ik ben er vóór om die machtsverhouding scherp voor ogen te houden, want wat je in het vizier hebt, dat 'overvalt' je niet. Doe je dat niet, dan kan 'moeten' echt als 'moeten' werken in plaats van als vervangwoord voor 'willen'. 
Dit gegeven bagatelliseren - ik vind het linke soep.
Voor je het weet loop je mensen te vangen in het web van 'mogen' en 'moeten' (je mag niet meer naar huis, je mag niet meer van je bed af, je moet worden ingeleid, een knip, oxytocine, van de baarkruk, uit bad, etc etc).
En dat heeft met empowerment helemaal niks van doen.


Wordt vervolgd...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen