Over mij

Mijn foto
Ik wil mijn werk graag goed doen. Kwaliteit van zorg toetsen aan het naleven van regels heeft misschien voordelen omdat je dan iets hebt om te 'meten'. Maar in mijn dagelijks werk loop ik in toenemende mate aan tegen het gevaar ervan: dat aan het eind van de rit het enige dat werkelijk telt de belangen van de zorgverlener zelf zijn. En wat is dan nog 'goed doen'? Vragen hierbij en ideeēn hierover genoeg - lees maar.

dinsdag 22 februari 2011

Macht en bescheidenheid

In 1990 ben ik, bij 33 weken zwangerschap, bevallen van een dochter. 
Ik moest persen, drie keer op een wee. Ik lag in de beensteunen, op een dwarsbed. De verloskundige zei tegen me, dat ze bij de volgende wee een knip ging geven (het gangbare idee was toen, dat een prematuur kind de druk van de bekkenbodem nog niet goed kon hebben en verhoogde kans had op een hersenbloeding). 
Ik riep: NEE!!!!!
De verloskundige keek me streng aan en zei: 'Wil je soms dat je kindje dood gaat?'
Ik heb nog iets gestameld als 'chantage', maar heb me laten knippen. Veel andere opties had ik ook niet in die setting, je springt niet zomaar van een dwarsbed uit beensteunen! Ik had geen seconde bedacht dat ik een knip moest krijgen, tot het moment dat de verloskundige hem aankondigde.


Macht.


Als vroedvrouw ben ik er pas goed achtergekomen hoe ver dit gaat. 
Vrouwen zijn tot alles, werkelijk alles, bereid, als dit in het belang is van hun kind. 
Ze laten zich op hun buik porren, zachthandig, hardhandig - en als een verloskundige of arts ze daarbij pijn doet, laten ze dat gebeuren. 
Ze laten zich inleiden. Om velerlei redenen. Ze laten zich inwendig onderzoeken en beoordelen, soms wel door drie, vier, vijf verschillende mensen. Wildvreemde mensen vaak. En als het pijn doet, verdragen ze dat. 
Ze laten zich in het belang van hun kind in hun beweging beperken, bijvoorbeeld door een infuus of een CTG, en verdragen de last die dat geeft. Ze puffen en zuchten persdrang weg als ze nog niet mogen persen. Ze persen zichzelf een rood oog als ze wèl moeten persen. Ze gaan op hun rug liggen en pakken hun benen. Ze laten in zich knippen. Ze laten het toe dat een baby via een keizersnede uit hun buik wordt gehaald.
En dit alles, alles, in het vertrouwen dat de zorgverlener haar deze dingen laat doen of ondergaan in het belang van haarzelf of haar kind. En zo de dood buiten de deur weet te houden.
Vrouwen, wát een sterke mensen zijn het - moeten het zijn.


Inmiddels weten we al lang, dat het geen zin heeft om vrouwen die prematuur bevallen een knip te geven.
En dat drie keer persen op een wee meer kans geeft op foetale nood.
En dat het niet goed is om een vrouw te dwingen op haar rug te liggen, zowel niet voor de moeder als voor het kind.


Het is me er natuurlijk niet om te doen in retrospectief mijn gelijk te halen over m'n eigen beval-ervaringen.
Maar wèl vind ik het een glashelder voorbeeld van hoe een verloskundige macht kan gebruiken voor het eigen bestwil van de tegenstribbelende cliënt.
En geeft het een mogelijke verklaring waarom ik zo gebiologeerd ben door dat aspect in de zorg: macht.


Wetenschappelijke inzichten zijn voortdurend in beweging en zijn aan 'mode' onderhevig.
Het is bijzonder lastig om met stelligheid te beweren dat iets 'waar' is - als je bijvoorbeeld niet knipt, gaat de baby dan dood? Of is daar alleen een kans op? En hoe groot is die kans dan? 
Wat mij betreft is grote bescheidenheid geboden bij het inzetten van 'moderne inzichten' om vrouwen tot dingen te verplichten die ze liever niet willen.



Als ze akkoord zijn, zijn ze akkoord.
Maar wat als ze niet akkoord zijn?



Is het eigenlijk ooit gerechtvaardigd om macht te gebruiken in deze setting?
Of kan het ook anders?


Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen